2016 09 02 Jordy Brouillard (19) overleed alleen in een tentje

jordy brouillard

België is geschokt door de dood van de 19-jarige Jordy Brouillard. Het lichaam van de jongen werd dit weekend gevonden in een tentje in een natuurgebied. Hij was door ondervoeding om het leven gekomen.

Jordy woonde het grootste deel van zijn leven in een instelling en mocht daar op zijn 18de vrijwillig vertrekken. Omdat hij nooit voor de jeugdrechter had gestaan, geen grote verslaving had of psychische problemen (hij was enkel licht autistisch) keek er niemand mee hoe het met hem ging nadat hij de instelling had verlaten.

Hulpverleners verloren hem uit het oog, terwijl hij er nog niet klaar voor was om op zichzelf te wonen, stellen andere hulpverleners. Zij zeggen in de Belgische krant Het Nieuwsblad dat zijn dood te vermijden was.

Een voorbijganger zag dit weekend in het Belgische natuurgebied Blaarmeersen een tentje staan in de struiken. Daarin vond hij het lichaam van Jordy, dat er al twee dagen lag. Er was dit weekend een hittegolf in België en de jongen had geen geld meer voor eten en drinken.

Nadat hij op zijn 18de uit de instelling waarin hij opgroeide was vertrokken, woonde Jordy korte tijd bij zijn ouders. Het werd geen succes, waardoor hij ook daar moest vertrekken. Hij zwierf een tijdje rond en weigerde hulp van een Gentse crisisinstelling.

In de weken voor zijn dood vroeg Jordy nog wel om steun via Twitter en Facebook: “Ik hoop dat ik snel door deze slechte periode kom. Hopelijk word ik terug de oude. Alle steun is welkom.” Hij verontschuldigde zich nog omdat hij al een tijdje geen contact meer had gehad met vrienden en hulpverleners.

Jordy’s dood was vermijdbaar, is een absolute schande en een collectief falen.

Oud-begeleider van Jordy

Jordy rookte af en toe een jointje en snoof wel eens aanstekergas, maar viel verder niet op door grote misdrijven, een verslaving of andere problemen. Daardoor viel hij tussen wal en schip en lette niemand meer op hem.

Zijn oud-begeleider rekent dit de jeugdzorg in België zwaar aan. “Jordy’s dood was vermijdbaar, is een absolute schande en een collectief falen”, zegt hij in Het Nieuwsblad. “Vrijwel niemand bekommerde zich om Jordy. Gevolg: hij werd niet echt geholpen en kwam zonder enige financiële steun op straat terecht.”

Ook zijn moeder geeft in de krant toe dat zij hem in 2016 niet één keer zag.

Individueel geval

De dood van Jordy raakt een gevoelige snaar in België. Op Twitter wordt met verontwaardiging gereageerd op zijn overlijden en er is een Facebookpagina geopend waarop hij wordt herdacht. Ook de Vlaamse krant De Morgen wijdde er een commentaar aan.

Toch is de dood van Jordy volgens NOS-correspondent Joris van Poppel voorlopig geen reden om het hele Belgische jeugdhulpverleningssysteem om te gooien. “Hoe tragisch het ook is, het verhaal van Jordy is nog steeds een individueel geval”, zegt hij.

“Er zijn geen cijfers over hoeveel jongeren dit overkomt en het is niet duidelijk of er een instelling grof de fout in is gegaan.”

 

http://nos.nl/op3/artikel/2129596-jordy-19-paste-niet-in-een-hokje-en-stierf-alleen.html

Explosieve toename daklozen

De aanleiding

„Explosieve toename daklozen”, schreef De Telegraaf vorige week. Nieuwsuur had het over een „forse groei”, nrc.nl over een „rappe groei”. Vrijwel alle media namen het CBS-bericht van donderdag over waarin stond dat het aantal daklozen in Nederland in zes jaar met driekwart is toegenomen. Naar schatting 31.000 mensen waren vorig jaar dakloos, 13.000 meer dan in 2009.
De dienst vermoedt een verband met de economische crisis, maar heeft dat niet onderzocht. „Meer daklozen door economische crisis” kopte de Limburgse omroep L1 op zijn website. Op bnr.nl, dat sprak over een groei van het aantal dak- én thuislozen, onderschreef het Leger des Heils dat de economische crisis een rol speelt. Daarnaast spelen volgens Federatie Opvang, de brancheorganisatie van instellingen voor maatschappelijke opvang, ook bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg een rol.
Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
We checken de bewering dat het aantal daklozen sinds de crisis sterk is toegenomen.

Waar is het op gebaseerd?

Als definitie hanteert het CBS ‘feitelijk daklozen’ tussen de 18 en 65 jaar. Daaronder vallen mensen zonder vaste verblijfplaats die slapen in de open lucht, portieken, stations, winkelcentra, een auto, passantenverblijven en eendaagse noodopvang, of op niet-structurele basis bij vrienden of familie. Het gaat niet om ‘thuislozen’: mensen die verblijven in de thuislozenzorg of een instelling.
De dienst baseert zich op drie bronnen. Een lijst van personen die volgens de Basisregistratie Personen verbleven bij dag- en nachtvoorzieningen voor daklozen op peildata 1 januari 2009 en 1 januari 2015, een lijst personen die op dezelfde peildata in het bijstandsregister stonden vermeld als ‘ zonder vaste verblijfplaats’, en daklozen uit het Landelijk Alcohol en Drugs Informatiesysteem.

En, klopt het?

Vorig jaar meldde het CBS nog dat de stijging van het aantal daklozen voorbij leek. Ook schreef de dienst in een eerder bericht dat de schattingen van 2010 tot en met 2012 „niet geheel vergelijkbaar” zijn met 2009 omdat de registraties zijn verbeterd.

Hoe zit dat?

De CBS-onderzoekers laten weten dat ze destijds „niet geheel zeker” waren van de vergelijkbaarheid van de cijfers van 2009 met die van 2010-2012. Maar ze hebben afgelopen jaar een aantal controles uitgevoerd en wat „administratieve vervuiling” eruit gehaald en het vertrouwen in de schatting is alleen maar vergroot, „binnen de marges”. Dat betekent: in 2009 waren er naar schatting 15.700 tot 21.400 daklozen en in 2015 tussen de 27.500 en 36.300. Dus is het aantal daklozen maximaal toegenomen met 20.600 en minimaal met 6.100. Media meldden een stijging van 13.000 – precies het midden.
De cijfers gaan alleen over geregistreerde daklozen. Over andere daklozen valt weinig te zeggen. Mensen die van de straat zijn gehaald en in een beschermdwonenproject zitten zijn niet meegeteld, net zo min als mensen die zich bewust uitschrijven uit alle registers om schuldeisers te ontlopen.
De oorzaak van de daklozenstijging is moeilijk te duiden. Volgens het CBS valt die samen met het begin van de economische crisis maar is de causaliteit moeilijk aan te tonen. Federatie Opvang haalt een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau aan waarin sinds 2008 een forse toename van het aantal ‘langdurig armen’ wordt geconstateerd. Maar of dit ook tot meer huisuitzettingen heeft geleid (en dus dakloosheid) is de vraag. Dat aantal is sinds 2009 niet exponentieel gestegen.

Conclusie

Het aantal daklozen in Nederland zou sinds de crisis flink zijn gestegen. Op basis van CBS-cijfers is vast te stellen dat het aantal geregistreerde daklozen sinds 2009 is toegenomen. Een schatting van ongeregistreerde daklozen is er niet. Vanwege deze onzekerheid noemen we de bewering grotendeels waar.

http://www.nrc.nl/next/2016/03/08/sinds-crisis-steeg-aantal-daklozen-flink-1596193

dakozen

Steeds meer daklozen in Nederland

Steeds meer daklozen in Nederland

Nederland telt steeds meer daklozen. Ongeveer 31.000 mensen hadden vorig jaar geen vaste plek om te wonen.
Dat zijn 13.000 meer daklozen dan in 2009. Het aantal daklozen is dus in zes jaar tijd met 74 procent gestegen, meldt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) donderdag.
De dienst heeft geen onderzoek gedaan naar de oorzaak, maar de toename lijkt verband te houden met de economische crisis.
Het aantal daklozen steeg het sterkst in 2009 en 2010, in de eerste jaren van de malaise. “Dat geeft aan dat een groep zich voor de crisis op het randje van armoede bevond”, zegt CBS-hoofddemograaf Jan Latten.
“Die mensen raakten hun baan kwijt en konden hun huur niet betalen. In goede tijden redden deze mensen het net, maar als het economisch zwaar weer is, zijn ze het eerst de dupe. En het zijn zware tijden geweest. Voor mensen die het anders wel hadden gered, kan de crisis net de spreekwoordelijke druppel zijn geweest.”

Verdubbeld

Vooral het aantal allochtone daklozen neemt toe. Dat is verdubbeld van bijna 6.500 naar 13.000. Onder allochtone Nederlanders is meer werkloosheid en meer armoede dan onder autochtonen.
“En als ze werk hebben, zijn het vaak de slechter betaalde banen. Bovendien hebben niet alle immigranten een sociaal netwerk om zich heen. Als ze dan werkloos raken, vangt niemand ze op. De crisis heeft niet-westerse allochtonen sterker geraakt dan autochtonen”, zegt Latten.

daklozen
Door: ANP

Gepubliceerd: 03 maart 2016 06:23 Laatste update: 03 maart 2016 09:12

http://www.nu.nl/binnenland/4224008/steeds-meer-daklozen-in-nederland.html

Gemeente wordt soepeler met afgeven briefadres

Almere 24 februari 2016

De gemeente Almere gaat vanaf nu soepeler om met het afgeven van een briefadres. Een briefadres wordt gebruikt door mensen die géén vaste woon- of verblijfplaats hebben. Voor veel sociale voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een uitkering, is het noodzakelijk om een adres te hebben waarop je post kunt ontvangen.

De regels daarvoor zijn de afgelopen jaren strenger geworden om fraude tegen te gaan. Daardoor kwam een groep van zeker honderd Almeerders in de problemen.

Veel mensen die hun huis kwijtraken vallen terug op familie of vrienden. Ze slapen een nacht bij één en dan weer een paar bij de ander. De plek waar iemand het vaakst verblijft werd tot nu toe gezien als woonadres. Met als gevolg dat een postbus krijgen niet mogelijk is.

Inschrijven bij een vriend of familielid waar je regelmatig op de bank slaapt kan vaak ook niet. Zo’n inschrijving heeft namelijk ook gevolgen voor de ander. Die kan bijvoorbeeld gekort worden op zijn huurtoeslag, of moet hogere gemeentelijke heffingen gaan betalen.

Naar aanleiding van een proef zegt de gemeente Almere nu maatwerk te gaan leveren. Met als gevolg dat niet alleen naar de wettelijke regels wordt gekeken, maar ook naar de persoonlijke situatie van iemand.

Bron: Omroep Flevoland

briefadres

Wie voelt zich verantwoordelijk voor dak- en thuisloze jongeren?

https://i0.wp.com/zwerfjongeren.nl/wp-content/uploads/2015/05/vandestraat.jpg?resize=719%2C403

Wie voelt zich verantwoordelijk voor dak- en thuisloze jongeren?

(Door: Derk Loorbach, Kees van Anken en Frank van Steenbergen)

In Nederland staan bijna 9.000 dak- en thuisloze jongeren geregistreerd. Daarnaast zijn er naar schatting nog 15.000 zwervend en een onbekend aantal op straat. In totaal schat het CBS het aantal jongeren dat buiten beeld is (geen school, werk of uitkering) op 140.000. Ondanks alle inspanningen is deze groep de afgelopen twintig jaar weliswaar beter in beeld gekomen, maar lijkt er nauwelijks verbetering op te treden. De hoop is nu dat de huidige decentralisaties, het verschuiven van de verantwoordelijkheid voor zorg, welzijn, onderwijs en participatie naar de gemeenten, de kans bieden dit hardnekkige probleem echt in de kern aan te pakken. De werkelijkheid blijkt echter weerbarstig. 70% van de gemeenten heeft geen zicht op deze groep en haar problemen. En 25% van de gemeenten vindt het niet eens haar taak iets voor deze groep te doen. Hoe kunnen we dit verklaren en doorbreken?

Uitsluiting van jongeren
Het probleem van sociale uitsluiting is van alle tijden, net zoals de bereidheid van maatschappelijke partijen die hier vanuit solidariteit en medemenselijkheid iets aan willen doen. De opvang van dak- en thuislozen is hiervan een heel concrete uiting. Een speciale groep dak- en thuislozen zijn ‘zwerfjongeren’ (tot 23 jaar). Het topje van de ijsberg van jongeren die in problematische omstandigheden opgroeien. Vaak door familieomstandigheden in combinatie met persoonlijke problemen belanden zij op straat. Ze lopen in een cruciale levensfase achterstanden op die hun hele leven doorwerken. Er zou de samenleving dan ook alles aan gelegen moeten zijn om deze jongeren zo goed mogelijk op te vangen, ze nieuw perspectief te laten vinden en volwaardig burger te laten worden.
Dit is makkelijker gezegd dan gedaan. Uit de vele praktijkvoorbeelden blijkt dat problemen van dakloze jongeren in het ene domein zich vaak vertalen in problemen in het andere domein.
Een problematische thuissituatie leidt vaker tot negatieve schoolresultaten en schooluitval. Ruim de helft van de jongeren die in de opvang terecht komen kampen met schulden die niet zelden oplopen tot tienduizend euro en meer. Als jongeren eenmaal schulden hebben dan wordt het helemaal lastig. Uitstroom uit een opvangvoorziening is bijna niet te doen vanwege de kosten van betaling van borg, kamerhuur en inrichting. Om in aanmerking te komen voor schuldhulp is een stabiel inkomen, een stabiele woonplek en voldoende aflossingscapaciteit nodig. Maar als jongeren al een baan vinden is dat meestal onvoldoende om van te leven, laat staan om schulden van af te lossen. Studeren en schuldhulpverlening gaan ook niet samen omdat schuldeisers willen dat je je schuld aflost en dus om die reden niet in aanmerking komt voor studiefinanciering Ook al zal een diploma uiteindelijk de kansen op een baan en dus de aflossingscapaciteit verhogen.
UITDAGING: We dagen gemeenten uit om 10 jongeren in een kwetsbare positie met uiteenlopende problematiek binnen de gemeente aantoonbaar en blijvend van de straat te houden en perspectief te bieden.
Jongeren blijven zo noodgedwongen vaak van plek naar plek zwerven. Zonder adres is inschrijven in de basisadministratie van de gemeente niet mogelijk. Wanneer iemand geen adres heeft en dus niet ingeschreven staat in de BRP is er geen recht op bijstand, is het niet mogelijk een zorgverzekering af te sluiten, zich in te schrijven bij een opleiding, studiefinanciering aan te vragen en kun je ook geen toeslagen aanvragen bij de belastingdienst. Als je geen beroep kunt doen op de sociale basisvoorzieningen dan is het einde zoek.
Ontsnappen aan dergelijke vicieuze cycli blijkt schier onmogelijk voor jongeren: Door het beperkte perspectief is de jongere niet gemotiveerd naar de toekomst toe. Dat maakt het inzetten van een persoonsgericht traject lastig, er moeten kleine successen behaald worden om motivatie bij de jongeren te kweken en vast te houden.

Huidige systeem houdt uitsluiting in stand
Uit discussies met koplopers en veranderaars in het veld wordt duidelijk dat de hardnekkigheid van deze problematiek voor een groot deel te verklaren valt door de manier waarop onze samenleving is ingericht. Het blijkt dat 50% tot 60% van de zwerfjongeren een voorgeschiedenis heeft in de jeugdzorg of Kinderbescherming. En daardoor te maken heeft met beperkte zelfredzaamheid in de samenleving waardoor gevoeliger voor schulden, uitval in het onderwijs, werkloosheid en problemen met huisvesting. Dit besef lijkt langzamerhand breder door te dringen getuige de toenemende aandacht voor de groep zowel in de media (neem de uitzending van Nieuwsuur van zondagavond 19 juli jl) als vanuit de nationale overheid (bijvoorbeeld het recente rapport ‘Jongeren buiten beeld’ van de inspectie van het ministerie van SZW).
De structuren die we hebben ontwikkeld om sociaal kwetsbaren op te vangen zijn vanuit de systeemwereld opgetuigd. Een wereld waarin de huidige systeemregels en -routines eerder uitsluiten en afschuiven in stand houden dan oplossen. Door de schotten en gedeelde verantwoordelijkheden tussen de diverse domeinen wordt het lastig om een probleem bij de wortel aan te pakken. Voor elk probleem bestaat een afgebakend institutioneel veld (beleid, regels, wetten, loketten, organisaties, werkwijzen etc.). Maar zo werkt het voor jongeren met multi problemen niet: schulden, verslaving, geen dak boven het hoofd, een diploma halen, jezelf kunnen redden etc. hangt in hun dagelijkse leven allemaal met elkaar samen.
Daarbij bestaan er ook diverse perverse prikkels. Zo moet voor elk probleem een indicatie worden afgegeven anders ontvangt niemand financiering. En scholen worden afgerekend op diploma’s en moeten dus uitval of vertraging voorkomen; binnen de jeugdzorg houdt de verantwoordelijkheid op bij 18; telecomaanbieders willen abonnementen verkopen. Zo houdt ieder domein zijn of haar straatje schoon, maar vallen de jongeren tussen wal en schip of worden zij slachtoffer van de verschillende motieven en bedoelingen die iedere sector of elk bedrijf nu eenmaal heeft.

Voorbij de opvang
Het gaat hier om een fundamentelere en een bredere opgave dan alleen de opvangsector.
Uit een historische transitieanalyse van de problematiek komt duidelijk het beeld naar voren van een opvangsector die als het ware met de kraan open aan het dweilen is. Een sector die van oorsprong reactief is en ondanks haar tomeloze inzet en bevlogenheid, de hardnekkigheid van dit sociale dilemma niet zonder anderen en in samenhang kan doorbreken. Zowel de jongeren zelf als de opvangsector zitten gevangen in een vicieuze cirkel: de opvang kan de jongeren niet het gewenste perspectief bieden en ook niet alleen de onderliggende oorzaken wegnemen. Hierdoor komen jongeren niet verder en lopen (ook) als ze ouder zijn de kans steeds weer terug te vallen op opvang of andere vormen van hulp. Er is sprake van een wederkerige afhankelijkheid waarbij de opvang bestaat bij de gratie van ‘probleemgevallen’ en waarin jongeren weinig ander perspectief hebben dan een beroep doen op steun.

PROEFVELD ONDERWIJS
Recent is met ondersteuning van het ministerie van OCW het proefveld onderwijs regio Noord gestart, waarbij in de context van de bredere discussie van modulair onderwijs op maat gezocht wordt naar een nieuw (samenwerkings)model. In Leeuwarden en Groningen hebben gemeenten, MBO-onderwijsinstellingen en de opvang- en jeugdhulpsector de handen ineen geslagen om vanuit een eerste groep jongeren te kijken hoe deze groep weer ‘ingesloten’ kan worden. Dit vereist een bijna individuele benadering en begeleiding, een grote mate van flexibiliteit van het onderwijssysteem en haar financieringen een verandering van denken en waarderen vanuit de onderwijsinspectie.

Geen blauwdruk
In de opvangsector zelf is al langer het bewustzijn dat deze ‘end-of-pipe’-oplossing niet werkt. In het transitieprogramma Van de Straat (PDF) wordt gezocht naar manieren om de kennis van de problemen aan te wenden om tot meer fundamentele veranderingen te komen. Het wrange is dat veel van de bovengenoemde problemen zijn ontstaan doordat we de verschillende domeinen in de loop van de tijd intern en efficiënt zijn gaan organiseren. Maar hierdoor stagneert juist de uitwisseling en samenwerking over de grenzen van de domeinen heen. En het maakt dat nu niemand echt verantwoordelijk is voor die maatschappelijke uitval. Dit terwijl de maatschappelijke schade ervan vele malen groter is dan de winst die door efficiency is behaald. Het is duidelijk dat het doorbreken van de ingesleten routines en cultuur in onderwijs, huisvesting, werk en inkomen en zorg extreem complex is en niet vanuit de opvang alleen of via een soort blauwdruk opgelost kan worden. De noodzakelijke veranderingen zijn niet af te dwingen via nieuw beleid of blauwdrukken. Sterker nog, de beleidsreflex zit de geschetste transities eerder in de weg.

Systeemverandering vanuit de leefwereld
Wanneer we naar de praktijk kijken, meer specifiek de leefwereld van kwetsbare jongeren, dan vloeit hierin per definitie alles samen. Het vertrekpunt zou moeten zijn om vanuit jongeren en hun leefwereld opnieuw te gaan bouwen aan doorbraken op duurzame oplossingen. Rond thema’s als wonen, leren, werken en leven ontstaan momenteel nieuwe coalities en initiatieven. Tegelijk zijn al jarenlang van onderaf koplopers in bijvoorbeeld het MBO-onderwijs in samenwerking met gemeenten aan het werk met alternatieven. Ook biedt het huidige proces van decentralisatie van zorg, onderwijs, participatie en welzijn gemeenten en haar partners de kans om doorbraken te helpen realiseren. Juist hierbij zou de landelijke overheid moeten aansluiten en op basis hiervan regels aanpassen, financiële stromen bundelen, afrekencriteria wijzigen en dogma’s ter discussie stellen. Niet op basis van incidenten of individuele gevallen, maar vanuit een systematische analyse en experimenteerstrategie. Dit betekent ook dat er niet gewerkt zou moeten worden aan nieuw beleid, maar aan een andere mentaliteit. Een mentaliteit, die bestaat uit het met de jongere willen oplossen van het geheel aan problemen en die dus gestuurd wordt vanuit de vraag en de leefwereld van de betrokken jongere zelf. Het leveren van maatwerk en een domein-overstijgende, integrale aanpak zijn daarin sleutelbegrippen.

Lerend experimenteren in de praktijk
In de praktijk zijn diverse initiatiefnemers hard bezig met de zoektocht naar integrale oplossingen die over de grenzen van de domeinen heen gaan. Binnen Van de Straat, opgezet vanuit de opvangsector, wordt nu ingezet op doorbraakexperimenten. Ze zijn, samen met onderwijs, zorginstellingen, zorgverzekeraars en gemeenten, bezig met systeemexperimenten. Bijvoorbeeld onderwijs op maat: analoog aan topsportonderwijs het faciliteren van individuele leertrajecten voor jongeren waarbij de financiering direct van de gemeente naar de onderwijsinstelling gaat. Of van schulden naar leergeld: het stabiliseren van de schulden om het leven op orde te brengen en een ontwikkelingsplan uit te stippelen. Het overbruggen van de barrière in de jeugdzorg tussen 18- en 18+ met een doorlopende stabiele (een jongere, een coach) en integrale ondersteuning, coaching of begeleiding. En recht op onderdak: het zorgen voor betaalbare huisvesting gekoppeld aan onderwijs en werk.
Deze jongeren zijn immers de uitzondering op de regel en het reguliere aanbod. De gedeelde ambitie is dan ook om dat vooral te benaderen als een kans om de jongeren met hun eigen talenten en kwaliteiten een perspectief en een plek te geven. Probeer ze dan ook niet te vangen in het systeem, maar creëer ruimte voor die uitzonderingen. Vanuit de experimenten ontstaat zo al-doende-lerend een steeds scherper inzicht in het disfunctioneren van het huidige systeem en ook hoe het wel zou kunnen. Dat het hierbij niet alleen gaat om ruimte en aanpassing van de regels en structuren, maar ook over een gezamenlijke cultuurverandering.

Decentralisatie als lakmoesproef
Uit interviews en discussies met vernieuwers op dit gebied in de afgelopen jaren komt duidelijk naar voren dat de rol van de gemeente een cruciale is. De huidige regiefunctie van de gemeenten gekoppeld aan de financiële controle maakt het mogelijk een nieuwe richting in te slaan binnen het sociale domein. De gemeente is de aangewezen partij omdat het domein zelf, van jeugdhulp tot welzijn en van opvang tot onderwijs, een belang lijkt te hebben bij het in stand houden van de problematiek. Juist omdat financiering is gebaseerd op kwantiteit en productie (end-of-pipe) en het sociale domein zo is gestructureerd dat iedere partij slechts voor een klein deel verantwoordelijk is, is het niet in het belang van individuele partijen om de problemen echt fundamenteel op te lossen. De vraag is echter of gemeenten nu al de inhoudelijke ambitie, scherpte en benodigde competenties hebben om deze doorbraken te kunnen realiseren. In Van de Straat spelen de gemeenten Amsterdam, Groningen, Leeuwarden en Rotterdam een belangrijke rol. Zij steunen deze visie en geven er met Van de Straat ook actief invulling aan.
Grijpen gemeenten de kans aan om de financiën en sectoren te ontschotten? Om de benodigde integraliteit te realiseren en om aansluiting te vinden bij de menselijke maat: de leefwereld van de jongeren zelf? Het is ten slotte de taak van de gedecentraliseerde verzorgingsstad/-regio om fundamentele basisrechten als onderdak, toegang tot onderwijs en sociale zekerheid te vervullen. Deze verantwoordelijkheid wordt nu vooral vertaald in eigen kracht, een sterker sociaal netwerk en wijkgericht werken, maar juist een groep als de kwetsbare jongeren heeft hier weinig aan en mist hierdoor de aansluiting met structurele uitsluiting als gevolg. Daarbij zijn jongeren veelal niet op de hoogte van hun rechten als burger en zorgafnemer.

Doorpakken en doorbreken
Nu uit recent onderzoek blijkt dat 70% van de gemeenten geen zicht heeft op deze groep jongeren en haar problemen en 25% van de gemeenten het niet eens haar taak vindt om iets voor deze groep te doen, is dat bewust georganiseerde uitsluiting. Vooral omdat vanuit de leefwereld direct doorgepakt kan worden. Jongeren hebben nog een heel leven voor zich en moeten daarom de kans krijgen hun talenten en mogelijkheden te ontdekken en te ontwikkelen. In plaats van (soms levenslange) kosten voor opvang, zorg, politie, justitie, sociale diensten is het beter om te investeren in persoonlijke ontwikkeling, perspectief en duurzame oplossingen voor deze jongeren. Sterker nog, het is een maatschappelijke schande dat we deze groep nu al jaren stelselmatig in de kou laten staan. Tegen het licht van de huidige decentralisaties is het dan ook hoog tijd om als gemeente de nek uit te steken en brede maatschappelijke steun te zoeken. Om doorbraakcoalities te organiseren. Om partijen in het sociale domein uit te dagen over hun schaduw heen te stappen en aansluiting te zoeken bij aanpalende domeinen. Nu is de tijd rijp om concreet invulling te geven aan de decentralisaties.

http://zwerfjongeren.nl/van-de-straat/wie-voelt-zich-verantwoordelijk-voor-dak-en-thuisloze-jongeren/
De Coalitie ‘Van de Straat’ zoekt nieuwe wegen naar duurzame oplossingen voor dak- en thuisloze jongeren gericht op toekomstkansen. Het programma wordt (financieel) ondersteund door Skanfonds, VWS en OCW. Van de Straat werkt samen met Drift, Instituut Transitiemanagement, Erasmus Universiteit.

logoSzn

Emile Roemer in ‘de huiskamer Almere’

Flevoland

1 / 1
zoom out

ALMERE – Een behoorlijk aantal Almeerders heeft zaterdagmiddag SP-leider Emile Roemer onthaald in het centrum van Stad. De SP’er was hier voor de aftrap van verkiezingscampagne voor de Provinciale Statenverkiezingen van SP Flevoland.

De aftrap begon op de Grote Markt waar Roemer ontvangen werd door een grote groep SP’ers en muziek van ‘The Originals’. Na een korte toespraak begon de club aan een wandeling door het winkelcentrum waarbij de SP-leider ook Almeerders te woord stond.

Aansluitend aan de stadswandeling bezocht Roemer De Huiskamer van Kwintes, een project voor dak- en thuisloze jongeren. De groep bestaat uit jongeren van 15 tot met 23 jaar die in een crisissituatie zijn gekomen als gevolg van bijvoorbeeld gebroken gezinssituatie, verslaving, psychiatrische problematiek, schulden, voortijdig afgebroken schoolopleiding, of crimineel gedrag. De Huiskamer biedt ondersteuning bij financiële vragen en helpt bij het zoeken naar werk of een opleiding.

do 22 jan 2015 Bustoer om zwerfjongeren aan een baan te helpen.

Acht Almeerse ondernemers maken donderdag een bustoer met zwerfjongeren uit Almere. Tijdens de toer in een Amerikaanse bus maken ze stops bij diverse opvanginstellingen waar de jongeren wonen. Doel van de toer is ondernemers kennis laten maken met deze groep jongeren.

Zwerfjongeren hebben vaak moeite met het vinden van een baan of een stageplek. Door ondernemers en jongeren met elkaar in contact te brengen, moet daar verandering in komen.

Het is de eerste keer dat de bustoer wordt gehouden.

Link voor de radio-uitzending met wethouder Froukje de Jonge; http://www.omroepflevoland.nl/nieuws/120400/almere-bustoer-om-zwerfjongeren-aan-een-baan-te-helpen

Link voor de tv-uitzending, item vanaf 6 min en 25 sec; http://www.omroepflevoland.nl/kijken/nieuws/22-01-2015/17-00