Kabinet, bied ruimte en geld voor goede opvang daklozen

Opvang voor daklozen is vaak niet goed en de toegang is beperkt, schrijft Arianne de Jong. Dat leidt tot steeds meer daklozen op straat.

Het aantal daklozen in ons land verdubbelde de afgelopen tien jaar, van 18.000 naar 39.000. En dat zijn dan nog de geregistreerde daklozen. Daklozen die illegaal in Nederland verblijven, zijn niet meegenomen in de cijfers van het CBS. De grote steden sloegen alarm, verscheidene ombudsmannen ook: ze vroegen het Rijk om minder regels en meer geld. Staatssecretaris Paul Blokhuis (Volksgezondheid, ChristenUnie) was zich „rot geschrokken” van de cijfers en zei dat we „ons moeten schamen dat we er in zo’n rijk land niet in slagen om mensen een fatsoenlijk dak boven het hoofd te bieden”. Nu volgt er een plan om dakloosheid terug te dringen, waarschijnlijk in april.

Arianne de Jong is directeur van de ngo Dokters van de Wereld, onderdeel van Médecins de Monde.

Dat is te laat. Alle vier de grote steden hebben de afgelopen tijd flink geïnvesteerd in de winteropvang. Toch is die nu al niet toereikend. Op 1 april sluiten voorzieningen voor opvang in meerdere steden en gemeentes. Dat vergroot de druk op daklozen, hulpverleners en gemeentes. Stabiele, goede opvang is broodnodig, of het nu winter is of niet. Tijd voor actie van het kabinet. Zodat opvang ook na april beschikbaar is, dag en nacht, voor eenieder die niet zonder kan.

Wie niet zeker is van goede opvang, komt nimmer toe aan herstel of eigen kracht, en vindt zo nooit de weg naar voren. De oorzaken van oplopende dakloosheid zijn zeer gevarieerd. Een tekort aan betaalbare woningen, de groeiende inkomenskloof, wachtlijsten in de ggz en een traag en inhumaan asielsysteem zijn allemaal niet simpel oplosbaar.

We weten dat elke oplossing begint bij goede opvang.

Lees ook: Zes maatregelen om dakloosheid tegen te gaan

Onrustig, ongezond, onpraktisch

Goede opvang is nu niet gegarandeerd, zo blijkt uit meerdere signalen. Soms zit die vol, of gelden voorwaarden zoals regiobinding of verblijfspapieren, en ook zitten uiteenlopende groepen daklozen bij elkaar gestopt. Een langdurig dakloze in Amsterdam beschreef de winteropvang zo: „De hele nacht het licht aan op een slaapzaal met 24 mensen, lawaai en urenlang getelefoneer.” Zaken als licht, herrie en spanning onderling maken opvang vaak onrustig en daarmee veelal ongezond. Opvang is daarnaast vaak onpraktisch: bijna al je spullen moet je op straat achterlaten, de nachtopvang sluit vaak overdag en heen en weer gesleep is het gevolg.

Wie niet zeker is van goede opvang, wie nooit rust of slaap kan vinden, komt er nimmer aan toe het heft in eigen hand te nemen. Het aanbieden van inadequate opvang en het beperken van de toegang leidt tot meer daklozen op straat. Voor hen is dat altijd een aanslag op lichaam en geest. Voor omwonenden soms een bron van zorg of overlast. Verschillende maatschappelijke instanties en ngo’s bieden in meerdere steden medische en psychische ondersteuning aan ongedocumenteerde daklozen. Zij kennen de problematiek uit de praktijk en vinden dat het zo niet langer kan.

Voor ongedocumenteerden gelden extra drempels. Vriest het niet en word je niet als ‘kwetsbaar’ aangemerkt? Dan stelt het Rijk ‘meewerken aan perspectief’ als voorwaarde voor opvang. In de praktijk betekent ‘perspectief’ meestal vertrek. Dat dit als prikkel zelden werkt, is te zien op straat. Groepen ongedocumenteerden proberen bij kou, wind en regen te overleven in tentjes, onder zeilen, of andere beschutting. Vrijwilligers hebben daar de handen vol aan.

Mohamed is een van de artsen van Dokters van de Wereld: „Ik bezoek nu tweeënhalf jaar vluchtlocaties waar ongedocumenteerden schuilen. Deze plekken waren stuk voor stuk tochtig, vochtig, en koud. In de winter zien we veel vaker infecties, mede omdat mensen dan dicht opeen slapen in tentjes en dergelijke.”

Het Rijk is aan zet

Wie niet zeker is van goede opvang, is aan het overleven en denkt niet eens aan terugkeer of vertrek. De tijd van dralen is voorbij, de nood is hoog en het Rijk aan zet. Opvang en gezondheid zijn mensenrechten, waar je ook vandaan komt. Daar mag je, volgens onze eigen rechters, geen extra voorwaarden aan stellen.

Praat mee met NRC

Onderaan dit artikel kunnen abonnees reageren. Hier leest u meer over reageren op NRC.nl .

Kabinet, laat uw papieren werkelijkheid varen. Laat die onzinnige voorwaarden los. Bied de ruimte en het geld voor goede opvang voor wie anders buiten slaapt.

lees verder >>> https://www.nrc.nl/nieuws/2020/02/27/kabinet-bied-ruimte-en-geld-voor-goede-opvang-daklozen-a3991971

Een versie van dit artikel verscheen ook in NRC Handelsblad van 28 februari 2020

 

 

 

2019 09 10 Pascale Cult Kwintes

Almeerse activeringslocaties Kwintes vieren 10 jarig bestaan

Door Tessa Beijnon

ALMERE STAD – Alle medewerkers en cliënten van de Almeerse afdeling van Kwintes vieren op 12 september dat de activeringslocaties in Almere al 10 jaar klaar staan voor mensen die begeleiding of ondersteuning nodig hebben bij het invullen van de dag of bij het opdoen van werkervaring en vakkennis. Pascale Cult, projectleider bij Kwintes, vindt dat de activeringslocaties daarom wat positieve aandacht verdienen. ‘Het belangrijkste doel van de activeringslocaties is het creëeren van een passende daginvulling en weekstructuur voor onze cliënten. Sommige mensen zijn psychisch kwetsbaar, eenzaam of hebben gewoon behoefte aan een praatje. De activiteiten en of werkervaring die onder begeleiding geboden worden bij de activeringslocaties, het opdoen van sociale contacten en de positieve gevolgen daarvan zorgen ervoor dat deze mensen langzamerhand weer mee doen in de maatschappij.’, aldus Cult.

 

Pascale Cult bij het LeerWerkLab in Almere Stad (foto: Almere DEZE WEEK)

LeerWerkLab
Een van de activeringslocaties bevindt zich midden in het centrum van Almere. Het wordt het LeerWerkLab genoemd. Pascale Cult wijst naar alle positieve spreuken op de muur en op de ramen: gezellig met elkaar, enjoy the little things, have a good day. ‘Zoals je ziet is iedereen welkom bij Kwintes. Maakt niet uit of je nou jong of oud bent, iedereen mag bij ons LeerWerkLab binnenlopen voor een gratis kopje koffie, een warme maaltijd of simpelweg een praatje. Daarnaast bieden we activiteiten en werkervaringsplekken. Choose to Improve biedt tevens de mogelijkheid voor jongeren om klaar gestoomd te worden, in een onderwijssetting, om hun startkwalificatie te behalen bij het ROC, waardoor ze weer door kunnen stromen naar regulier onderwijs.’ Cult is al 10 jaar werkzaam bij Kwintes. Op dit moment is zij projectleider bij Kwintes en heeft ze de leiding over de drie activeringslocaties in Almere Stad, Haven en Buiten. ‘Het blijft elke keer weer mooi om te zien wat voor positieve invloed zo’n dagbesteding op iemand kan hebben. Sommige cliënten komen net uit behandeling of van de straat en hebben een zware tijd achter de rug gehad. Het is speciaal om te zien hoe mensen opbloeien en weer plezier beleven bij het deelnemen aan activiteiten of het opdoen van werkervaring in een veilige omgeving, waarin er natuurlijk ook ruimte is voor de eventuele kwetsbaarheid. Deelname aan activering zorgt er voor dat ze weer trots op zichzelf kunnen zijn bij het behalen van zijn of haar eigen doelen en met een voldaan gevoel naar huis gaan.’, zegt Cult.

Dagbesteding
Binnen Kwintes in Almere wordt er verschillende dagbesteding geboden. Naast de inloop bieden de drie activeringslocaties dagbesteding dat geheel in het teken staat van leuke activiteiten zoals creatieve workshops, wandelen, yoga, muziekles en arbeid gerelateerde dagbesteding. Bij de zogenoemde arbeidsmatige dagbesteding kunnen de cliënten werkervaring opdoen. Ze worden hierbij begeleidt door een werkbegeleider. Zo heeft het LeerWerkLab in het complex onder andere een fietsreparatie service, administratieve afdeling, redactie en een keuken waar de cliënten aan het werk kunnen. Op stadslandgoed de Kemphaan biedt Kwintes werkervaringsplekken op het gebied van groenvoorziening en houtbewerking. Op deze arbeidsmatige dagbesteding locaties kunnen de cliënten  zichzelf klaar stomen voor een eventuele toekomstige betaalde baan of vrijwilligers werk. ‘Wij proberen met de werkervaringsplekken zoveel mogelijk het echte bedrijfsleven na te bootsen.’ Volgens Cult zijn zowel de arbeidsmatige- als de niet-arbeidsmatigedagbestedingen heel belangrijk. ‘Soms kunnen mensen er al heel erg van profiteren als ze alleen al meedoen aan de activiteiten op de verschillende locaties. Ze hoeven niet perse het verrichten van arbeid bij ons als doel te hebben. Dit is namelijk niet voor iedereen weg gelegd. Belangrijk is dat we samen naar een passende plek kijken waar men zich prettig voelt en die aansluit bij de wens en mogelijkheden van de cliënt.’

 

Mocht u zelf toe zijn aan wat gezelligheid of ondersteuning op het gebied van dagbesteding dan kunt u altijd bij het LeerWerkLab of een van de andere locaties in Haven en Buiten terecht.

Kijk voor meer informatie op www.kwintesleerwerknetalmere.nl

LeerWerkLab: Schoutstraat 41-43,

Artikel geplaatst op: 10 september 2019 – 10:36

lees volledige artikel in: http://www.almeredezeweek.nl/widgets/2164-nieuws/nieuws/1498529-almeerse-activeringslocaties-kwintes-vieren-10-jarig-bestaan

Beleidsthema’s nieuwe Almeerse coalitie 2018 tot 2022 t.a.v. jeugdzorg

 

Wijkteams

Wijkteams hebben een belangrijke functie in Almere. Wij hebben maximaal vertrouwen in de expertise en professionaliteit van de wijkteams. Het is nu tijd om te werken aan de doorontwikkeling van die teams, waarbij efficiëntie, doeltreffendheid en multidisciplinair werken het uitgangspunt zijn. Op dit moment wordt onderzocht hoe dit verder vorm te geven is. Wij willen de slagkracht verhogen, waarvoor er mandaat en middelen moeten zijn om acties te kunnen ondernemen. Wij verwachten hierdoor dat het eigenaarschap zich zal versterken. Maatwerk is hierbij het leidende principe, naar de inwoners, maar ook ten aanzien van de inrichting van de teams: waar nodig wordt een medewerker van Werk & Inkomen èn Jeugdzorg aangehaakt.

We investeren om wijkteams laagdrempeliger te maken door de fysieke en telefonische bereikbaarheid te verbeteren. De cliënt staat nadrukkelijk centraal; er wordt gezocht naar passende zorg. We praten mèt iemand en niet óver iemand. Cliënten praten mee en hun mening wordt meegenomen in het besluit.

Ondersteuningsprofielen worden alleen ingevoerd om de kwaliteit van de ondersteuning te verbeteren. Wij willen een klantvriendelijker persoonsgebonden budget beleid (PGB) ontwikkelen.

Het principe ‘Een huishouden, een plan, een aanpak, ook op school’, zetten wij voort. Ten aanzien van de overgang van 18- naar 18+ ervaren wij weliswaar de afhankelijkheid van de landelijke regelingen, maar wij laten iemand die 18 wordt niet zomaar los.

We werken samen met onze partners aan de beste zorg voor onze inwoners en gaan uit van vertrouwen en meerjarig partnerschap. We toetsen regelmatig deze samenwerkingsverbanden op effectiviteit, efficiëntie en tevredenheid bij cliënten. Aanbesteden doen we alleen als het wettelijk verplicht is.

 

Onderwijs

 

….Onze inzet op onderwijs is het aantal thuiszitters te verlagen. We verruimen de mogelijkheden voor een leven lang leren voor mensen met een beperking. De kansrijke verbinding en daarmee verdere ontschotting tussen onderwijs en jeugdhulp wordt waar nodig verder uitgerold. Wij blijven staan voor een sterk en gevarieerd aanbod van (mbo-)opleidingen in de stad en willen het kenniscluster rond voedsel en (stads)landbouw op alle onderwijsniveaus versterken. Zoals aangegeven willen we dit in gezamenlijkheid met de partners in het onderwijs doen. Ook zien wij kansen om dit te verbreden met het bedrijfsleven zodat er een goede aansluiting is tussen onderwijs en arbeidsmarkt. Talentontwikkeling door het AKT kan worden verbreed naar cultuur en onderwijs.

  

Jeugd

Wij willen dat ieder kind in Almere kan opgroeien tot een volwassene die in staat is zelfstandig een plaats in de samenleving in te nemen. De ouders of verzorgers hebben daarbij de primaire verantwoordelijkheid. Daarnaast is er hulp vanuit het sociale netwerk rond ouders, scholen en gemeentelijke voorzieningen. Uit de gesprekken met de stad blijkt dat ook hier ontschotting een van de grootste uitdagingen is.

Kinderen en jongeren moeten een eigen plek hebben in onze stad. Dit betekent voldoende speelplekken en plekken voor jongeren om zich te ontspannen en te ontplooien, bijvoorbeeld via sport en cultuur. Wij willen samen met de jongeren en kinderen kijken wat zij nodig hebben. Ook zij moeten de ruimte krijgen, waarbij overlast wordt beperkt. Hiervoor investeren we extra in jongerenwerkers en jeugdBOA’s.

Voor de jongere is het belangrijk dat als er problemen zijn in de opvoeding, dit snel wordt opgemerkt. Wij vinden preventie bij jongeren heel belangrijk en investeren daarin. Voorbeelden hiervan zijn de businesscase Jeugd, o.a. jeugdhulparrangementen. Maar zeker als er sprake is van ‘vechtscheidingen’, armoede en schulden staat voor ons het belang van het kind centraal. Huiselijk geweld en kindermishandeling krijgen altijd de hoogste prioriteit en worden via Veilig Thuis aangepakt.

Wij gaan actief aan de slag met de uitvoering van de aandachtspunten uit de evaluatie en monitor jeugdhulp. Concreet betekent dit het wegwerken van volumegroei, de aanpak van wachtlijsten en goede zorg voor privacy, zonder dat dit een waardevolle samenwerking met onze partners in de weg zit.

 

https://www.almere.nl/fileadmin/files/almere/bestuur/beleidsstukken/Beleidsnota_s/Coalitieakkoord_2018_Liefde_voor_Almere.pdf

Wethouder Peeters akkoord met motie jeugdzorg

ALMERE – Het college van Burgemeester en Wethouders heeft vanmiddag per raadsbrief laten weten dat de tijdelijke aanpassing van de toegang tot jeugd-ggz en residentiële jeugdhulp per direct opgeheven wordt.

Tijdens het nachtelijke debat van donderdag 13 oktober moest wethouder Peeters tandenknarsend aanhoren dat de raad wil dat alle zorg voor Almeerse jeugd doorgaat. Zijn voorstel was om zorg aan de ‘lichtere gevallen’ op te schorten tot 1 januari 2017 omdat het budget op is. (Foto: Almere DEZE WEEK)

Hiermee geeft het college aan de motie uit te voeren die de gemeenteraad tijdens het nachtelijke debat van 13 op 14 oktober over de jeugdzorg in Almere heeft aangenomen. In de motie, opgesteld door de PvdA en aangenomen met 19 stemmen voor en 17 tegen, verzoekt de raad wethouder René Peeters om de instroomstop op lichte vormen van jeugdhulp tot 1 januari 2017 op te heffen. De wethouder had deze maatregel per brief (7 oktober) aan de Almeerse jeugdzorginstellingen opgelegd omdat het potje met beschikbaar geld voor dit jaar op is. ‘De reguliere afspraken zijn weer van kracht, Hierover informeren wij aanbieders én verwijzers. Daarbij blijven wij vanzelfsprekend actief met hen in gesprek over de uitvoering van afspraken en over de noodzaak en de mogelijkheden om te transformeren naar een toekomstbestendig stelsel voor jeugdhulp’, zo staat in de brief te lezen.

Kanttekening

Het college plaatst wel een kanttekening bij de uitvoering van de motie. ‘Het opheffen van de tijdelijke aanpassing heeft direct effect op het jeugdhulpbudget van Almere in 2016 en de jaren daarna.’

Wanneer het college met de raad in gesprek gaat over het budget voor de jeugdzorg en hoe overschrijdingen op de uitgaven voor de verschillende vormen van jeugdhulp voorkomen kunnen worden, wordt ‘op korte termijn’ met de raad besproken.

Eind oktober krijgt de raad een raadsvoorstel dat inzicht moet geven in het financiële effect van de motie voor 2016 en de volgende jaren. ‘Het uitgangspunt daarbij is dat die dekking komt uit het jeugdhulpbudget voor de komende jaren’, zo schrijft het college. Dat is tevens de wens van de gemeenteraad.

In de residentiële jeugdhulp verblijven kinderen en jongeren, op vrijwillige of gedwongen basis, dag en nacht buiten hun eigen omgeving.

Artikel geplaatst op: 19 oktober 2016 – 14:25

 

http://www.almeredezeweek.nl/nieuws/1369583-wethouder-peeters-akkoord-met-motie-jeugdzorg

Aan de zorgplicht in Almere is wel/niet voldaan

Zes vragen

Wegens toegenomen vraag en beperkt budget schortte Almere jeugdzorg deels op. Mag dit wel en zag Almere dit niet aankomen?

  • Ingmar Vriesema

11 oktober 2016

Wachten tot 2017. Dat is het devies voor kinderen in Almere die in aanmerking komen voor behandeling door een psychiater of psycholoog of verblijf in een jeugdzorginstelling. De gemeente schortte die delen van de jeugdzorg op, omdat de vraag onverwacht sterk is toegenomen. Doen we niets, dan zitten we met forse tekorten, aldus de gemeente. Volgens staatssecretaris van Rijn (Zorg, PvdA) mág Almere deze maatregel helemaal niet nemen: de gemeenten moet gewoon zorgen dat het deze kinderen helpt.

  1. Krijgen Almeerse kinderen nu helemaal geen hulp meer?

Voor kinderen in pleeggezinnen en gesloten inrichtingen verandert niets, ook lichte opvoedondersteuning aan huis gaat door. De gemeente grijpt in op de jeugd-ggz en jeugzorg-met-verblijf, vanwege de sterk gestegen vraag hiernaar. Voor kinderen die die zorg al krijgen, verandert niets. De maatregel geldt voor nieuwe aanmeldingen: kinderen die tussen nu en eind dit jaar hadden willen beginnen aan hun behandeling. Alleen in geval van crisis of „directe noodzaak” kunnen zij rekenen op hulp. Zo niet, dan moeten zij wachten tot in 2017. Precieze prognoses ontbreken, maar dit treft vermoedelijk enkele honderden kinderen.

  1. Almere zegt dat de vraag onverwacht hoger is dan het aanbod. Had de gemeente dit niet kunnen zien aankomen?

Nee, zegt wethouder René Peeters (zorg, D66). Hij is „verrast” door de fors gestegen vraag, die zich pas in de loop van 2016 begon voor te doen. Het lastige voor gemeenten is dat de vraag naar jeugdzorg deels buiten hun macht ligt. Gemeenten zijn weliswaar verantwoordelijk voor de jeugdzorg, maar huisartsen mogen kinderen naar een jeugdpsychiater doorverwijzen zonder dat de gemeente daar weet van heeft. Kennelijk is dat in Almere dit jaar vaak gebeurd. Gemeenten zijn kwetsbaar voor deze fluctuaties wegens krapte van hun budget voor jeugdzorg. Het Rijk liet de overheveling van de jeugdzorg per 2015 gepaard gaan met een forse bezuiniging. Zo kreeg Almere vorig jaar een korting van 12,5 procent bij stijgende vraag.

  1. Als geldgebrek een bekend euvel is, waarom voert dan alleen Almere deze behandelstop door?

Deze behandelstop is inderdaad een primeur, maar dat wil niet zeggen dat geldgebrek in andere gemeenten geen probleem is. Sinds 2015 gebeurt het geregeld dat instellingen geen budget meer hebben. Neem vorige maand: de Zuid-Hollandse jeugdzorgorganisatie Yulius liet ouders van kinderen met autisme weten dat hun behandeling in 2016 niet meer zou starten. In zulke gevallen moet een kind hopen op een behandelplek elders. Ook dan moet een kind vaak lang wachten. Maar de maatregel van Almere is rigoureuzer. De behandelstop geldt voor élke instelling waar de gemeente jeugdzorg inkocht.

  1. Mag Almere de maatregel wel nemen?

Nee, zegt staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA). Nee, zeggen ook kinderpsychiaters en -psychologen. Allen verwijzen naar de in de Jeugdwet vastgelegde zorgplicht. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat een kind passende jeugdzorg krijgt, en dat die zorg ook echt beschikbaar is. Almere laat nu weten dat de hulp voor sommige kinderen pas in 2017 beschikbaar is. Mag niet, zegt de staatssecretaris. Mag wel, ketst wethouder Peeters terug. „Wij voldoen aan de zorgplicht.” Zijn redenering: kinderen die de zorg écht nodig hebben, krijgen die. En voor andere kinderen is de zorg ook beschikbaar – zij het pas in 2017. Wachtlijsten in de jeugdzorg komen helaas nu eenmaal voor, aldus de wethouder, en heus niet alleen in Almere.

  1. Wie heeft gelijk, de wethouder of de de staatssecretaris?

Dat is moeilijk te zeggen. De hamvraag is deze: voldoet een gemeente aan haar zorgplicht als zij die willens en wetens voor een bepaalde groep kinderen met minstens twaalf weken uitstelt? Feit is: er zijn normen voor wachttijden die als vuistregels gelden in de zorg. De zogenoemde Treeknormen. Zo mogen er maximaal zes weken verstrijken tussen het intakegesprek van het kind en de start van de behandeling. Almere roept instellingen dus op die norm voor bepaalde kinderen naast zich neer te leggen. Dat maakt de maatregel omstreden. Feit is echter, dat die Treeknormen geen deel uitmaken van de Jeugdwet, en dus ook niet van de zorgplicht. Een motie, afgelopen juni ingediend door CDA, PvdA, D66 en PVV, riep Van Rijn op om dat wél te doen. Van Rijn leek echter niet van plan de wet te wijzigen: hij liet louter weten het „hanteren van Treeknormen verder te bevorderen”. Almere overtreedt hier dus een vuistregel, niet de wet.

  1. Dus Almere heeft gelijk?

De vraag blijft of het bewust opschorten van jeugdzorg te rijmen valt met de wettelijke plicht om die zorg beschikbaar te stellen. Van Rijn vindt van niet, en vele Kamerleden met hem. Maar Den Haag is in de gedecentraliseerde jeugdzorg niet primair aan zet. Dat is nu de gemeenteraad van Almere. Die zal met de wethouder over diens zorgplicht debatteren. En als men er politiek niet uitkomt, is nog altijd die andere macht beschikbaar voor bindend advies: de rechter.

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/11/aan-de-zorgplicht-is-welniet-voldaan-4778331-a1526082

Explosieve toename daklozen

De aanleiding

„Explosieve toename daklozen”, schreef De Telegraaf vorige week. Nieuwsuur had het over een „forse groei”, nrc.nl over een „rappe groei”. Vrijwel alle media namen het CBS-bericht van donderdag over waarin stond dat het aantal daklozen in Nederland in zes jaar met driekwart is toegenomen. Naar schatting 31.000 mensen waren vorig jaar dakloos, 13.000 meer dan in 2009.
De dienst vermoedt een verband met de economische crisis, maar heeft dat niet onderzocht. „Meer daklozen door economische crisis” kopte de Limburgse omroep L1 op zijn website. Op bnr.nl, dat sprak over een groei van het aantal dak- én thuislozen, onderschreef het Leger des Heils dat de economische crisis een rol speelt. Daarnaast spelen volgens Federatie Opvang, de brancheorganisatie van instellingen voor maatschappelijke opvang, ook bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg een rol.
Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
We checken de bewering dat het aantal daklozen sinds de crisis sterk is toegenomen.

Waar is het op gebaseerd?

Als definitie hanteert het CBS ‘feitelijk daklozen’ tussen de 18 en 65 jaar. Daaronder vallen mensen zonder vaste verblijfplaats die slapen in de open lucht, portieken, stations, winkelcentra, een auto, passantenverblijven en eendaagse noodopvang, of op niet-structurele basis bij vrienden of familie. Het gaat niet om ‘thuislozen’: mensen die verblijven in de thuislozenzorg of een instelling.
De dienst baseert zich op drie bronnen. Een lijst van personen die volgens de Basisregistratie Personen verbleven bij dag- en nachtvoorzieningen voor daklozen op peildata 1 januari 2009 en 1 januari 2015, een lijst personen die op dezelfde peildata in het bijstandsregister stonden vermeld als ‘ zonder vaste verblijfplaats’, en daklozen uit het Landelijk Alcohol en Drugs Informatiesysteem.

En, klopt het?

Vorig jaar meldde het CBS nog dat de stijging van het aantal daklozen voorbij leek. Ook schreef de dienst in een eerder bericht dat de schattingen van 2010 tot en met 2012 „niet geheel vergelijkbaar” zijn met 2009 omdat de registraties zijn verbeterd.

Hoe zit dat?

De CBS-onderzoekers laten weten dat ze destijds „niet geheel zeker” waren van de vergelijkbaarheid van de cijfers van 2009 met die van 2010-2012. Maar ze hebben afgelopen jaar een aantal controles uitgevoerd en wat „administratieve vervuiling” eruit gehaald en het vertrouwen in de schatting is alleen maar vergroot, „binnen de marges”. Dat betekent: in 2009 waren er naar schatting 15.700 tot 21.400 daklozen en in 2015 tussen de 27.500 en 36.300. Dus is het aantal daklozen maximaal toegenomen met 20.600 en minimaal met 6.100. Media meldden een stijging van 13.000 – precies het midden.
De cijfers gaan alleen over geregistreerde daklozen. Over andere daklozen valt weinig te zeggen. Mensen die van de straat zijn gehaald en in een beschermdwonenproject zitten zijn niet meegeteld, net zo min als mensen die zich bewust uitschrijven uit alle registers om schuldeisers te ontlopen.
De oorzaak van de daklozenstijging is moeilijk te duiden. Volgens het CBS valt die samen met het begin van de economische crisis maar is de causaliteit moeilijk aan te tonen. Federatie Opvang haalt een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau aan waarin sinds 2008 een forse toename van het aantal ‘langdurig armen’ wordt geconstateerd. Maar of dit ook tot meer huisuitzettingen heeft geleid (en dus dakloosheid) is de vraag. Dat aantal is sinds 2009 niet exponentieel gestegen.

Conclusie

Het aantal daklozen in Nederland zou sinds de crisis flink zijn gestegen. Op basis van CBS-cijfers is vast te stellen dat het aantal geregistreerde daklozen sinds 2009 is toegenomen. Een schatting van ongeregistreerde daklozen is er niet. Vanwege deze onzekerheid noemen we de bewering grotendeels waar.

http://www.nrc.nl/next/2016/03/08/sinds-crisis-steeg-aantal-daklozen-flink-1596193

dakozen

Gemeente wordt soepeler met afgeven briefadres

Almere 24 februari 2016

De gemeente Almere gaat vanaf nu soepeler om met het afgeven van een briefadres. Een briefadres wordt gebruikt door mensen die géén vaste woon- of verblijfplaats hebben. Voor veel sociale voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een uitkering, is het noodzakelijk om een adres te hebben waarop je post kunt ontvangen.

De regels daarvoor zijn de afgelopen jaren strenger geworden om fraude tegen te gaan. Daardoor kwam een groep van zeker honderd Almeerders in de problemen.

Veel mensen die hun huis kwijtraken vallen terug op familie of vrienden. Ze slapen een nacht bij één en dan weer een paar bij de ander. De plek waar iemand het vaakst verblijft werd tot nu toe gezien als woonadres. Met als gevolg dat een postbus krijgen niet mogelijk is.

Inschrijven bij een vriend of familielid waar je regelmatig op de bank slaapt kan vaak ook niet. Zo’n inschrijving heeft namelijk ook gevolgen voor de ander. Die kan bijvoorbeeld gekort worden op zijn huurtoeslag, of moet hogere gemeentelijke heffingen gaan betalen.

Naar aanleiding van een proef zegt de gemeente Almere nu maatwerk te gaan leveren. Met als gevolg dat niet alleen naar de wettelijke regels wordt gekeken, maar ook naar de persoonlijke situatie van iemand.

Bron: Omroep Flevoland

briefadres