Wethouder Peeters akkoord met motie jeugdzorg

ALMERE – Het college van Burgemeester en Wethouders heeft vanmiddag per raadsbrief laten weten dat de tijdelijke aanpassing van de toegang tot jeugd-ggz en residentiële jeugdhulp per direct opgeheven wordt.

Tijdens het nachtelijke debat van donderdag 13 oktober moest wethouder Peeters tandenknarsend aanhoren dat de raad wil dat alle zorg voor Almeerse jeugd doorgaat. Zijn voorstel was om zorg aan de ‘lichtere gevallen’ op te schorten tot 1 januari 2017 omdat het budget op is. (Foto: Almere DEZE WEEK)

Hiermee geeft het college aan de motie uit te voeren die de gemeenteraad tijdens het nachtelijke debat van 13 op 14 oktober over de jeugdzorg in Almere heeft aangenomen. In de motie, opgesteld door de PvdA en aangenomen met 19 stemmen voor en 17 tegen, verzoekt de raad wethouder René Peeters om de instroomstop op lichte vormen van jeugdhulp tot 1 januari 2017 op te heffen. De wethouder had deze maatregel per brief (7 oktober) aan de Almeerse jeugdzorginstellingen opgelegd omdat het potje met beschikbaar geld voor dit jaar op is. ‘De reguliere afspraken zijn weer van kracht, Hierover informeren wij aanbieders én verwijzers. Daarbij blijven wij vanzelfsprekend actief met hen in gesprek over de uitvoering van afspraken en over de noodzaak en de mogelijkheden om te transformeren naar een toekomstbestendig stelsel voor jeugdhulp’, zo staat in de brief te lezen.

Kanttekening

Het college plaatst wel een kanttekening bij de uitvoering van de motie. ‘Het opheffen van de tijdelijke aanpassing heeft direct effect op het jeugdhulpbudget van Almere in 2016 en de jaren daarna.’

Wanneer het college met de raad in gesprek gaat over het budget voor de jeugdzorg en hoe overschrijdingen op de uitgaven voor de verschillende vormen van jeugdhulp voorkomen kunnen worden, wordt ‘op korte termijn’ met de raad besproken.

Eind oktober krijgt de raad een raadsvoorstel dat inzicht moet geven in het financiële effect van de motie voor 2016 en de volgende jaren. ‘Het uitgangspunt daarbij is dat die dekking komt uit het jeugdhulpbudget voor de komende jaren’, zo schrijft het college. Dat is tevens de wens van de gemeenteraad.

In de residentiële jeugdhulp verblijven kinderen en jongeren, op vrijwillige of gedwongen basis, dag en nacht buiten hun eigen omgeving.

Artikel geplaatst op: 19 oktober 2016 – 14:25

 

http://www.almeredezeweek.nl/nieuws/1369583-wethouder-peeters-akkoord-met-motie-jeugdzorg

Aan de zorgplicht in Almere is wel/niet voldaan

Zes vragen

Wegens toegenomen vraag en beperkt budget schortte Almere jeugdzorg deels op. Mag dit wel en zag Almere dit niet aankomen?

  • Ingmar Vriesema

11 oktober 2016

Wachten tot 2017. Dat is het devies voor kinderen in Almere die in aanmerking komen voor behandeling door een psychiater of psycholoog of verblijf in een jeugdzorginstelling. De gemeente schortte die delen van de jeugdzorg op, omdat de vraag onverwacht sterk is toegenomen. Doen we niets, dan zitten we met forse tekorten, aldus de gemeente. Volgens staatssecretaris van Rijn (Zorg, PvdA) mág Almere deze maatregel helemaal niet nemen: de gemeenten moet gewoon zorgen dat het deze kinderen helpt.

  1. Krijgen Almeerse kinderen nu helemaal geen hulp meer?

Voor kinderen in pleeggezinnen en gesloten inrichtingen verandert niets, ook lichte opvoedondersteuning aan huis gaat door. De gemeente grijpt in op de jeugd-ggz en jeugzorg-met-verblijf, vanwege de sterk gestegen vraag hiernaar. Voor kinderen die die zorg al krijgen, verandert niets. De maatregel geldt voor nieuwe aanmeldingen: kinderen die tussen nu en eind dit jaar hadden willen beginnen aan hun behandeling. Alleen in geval van crisis of „directe noodzaak” kunnen zij rekenen op hulp. Zo niet, dan moeten zij wachten tot in 2017. Precieze prognoses ontbreken, maar dit treft vermoedelijk enkele honderden kinderen.

  1. Almere zegt dat de vraag onverwacht hoger is dan het aanbod. Had de gemeente dit niet kunnen zien aankomen?

Nee, zegt wethouder René Peeters (zorg, D66). Hij is „verrast” door de fors gestegen vraag, die zich pas in de loop van 2016 begon voor te doen. Het lastige voor gemeenten is dat de vraag naar jeugdzorg deels buiten hun macht ligt. Gemeenten zijn weliswaar verantwoordelijk voor de jeugdzorg, maar huisartsen mogen kinderen naar een jeugdpsychiater doorverwijzen zonder dat de gemeente daar weet van heeft. Kennelijk is dat in Almere dit jaar vaak gebeurd. Gemeenten zijn kwetsbaar voor deze fluctuaties wegens krapte van hun budget voor jeugdzorg. Het Rijk liet de overheveling van de jeugdzorg per 2015 gepaard gaan met een forse bezuiniging. Zo kreeg Almere vorig jaar een korting van 12,5 procent bij stijgende vraag.

  1. Als geldgebrek een bekend euvel is, waarom voert dan alleen Almere deze behandelstop door?

Deze behandelstop is inderdaad een primeur, maar dat wil niet zeggen dat geldgebrek in andere gemeenten geen probleem is. Sinds 2015 gebeurt het geregeld dat instellingen geen budget meer hebben. Neem vorige maand: de Zuid-Hollandse jeugdzorgorganisatie Yulius liet ouders van kinderen met autisme weten dat hun behandeling in 2016 niet meer zou starten. In zulke gevallen moet een kind hopen op een behandelplek elders. Ook dan moet een kind vaak lang wachten. Maar de maatregel van Almere is rigoureuzer. De behandelstop geldt voor élke instelling waar de gemeente jeugdzorg inkocht.

  1. Mag Almere de maatregel wel nemen?

Nee, zegt staatssecretaris Van Rijn (Zorg, PvdA). Nee, zeggen ook kinderpsychiaters en -psychologen. Allen verwijzen naar de in de Jeugdwet vastgelegde zorgplicht. Gemeenten moeten ervoor zorgen dat een kind passende jeugdzorg krijgt, en dat die zorg ook echt beschikbaar is. Almere laat nu weten dat de hulp voor sommige kinderen pas in 2017 beschikbaar is. Mag niet, zegt de staatssecretaris. Mag wel, ketst wethouder Peeters terug. „Wij voldoen aan de zorgplicht.” Zijn redenering: kinderen die de zorg écht nodig hebben, krijgen die. En voor andere kinderen is de zorg ook beschikbaar – zij het pas in 2017. Wachtlijsten in de jeugdzorg komen helaas nu eenmaal voor, aldus de wethouder, en heus niet alleen in Almere.

  1. Wie heeft gelijk, de wethouder of de de staatssecretaris?

Dat is moeilijk te zeggen. De hamvraag is deze: voldoet een gemeente aan haar zorgplicht als zij die willens en wetens voor een bepaalde groep kinderen met minstens twaalf weken uitstelt? Feit is: er zijn normen voor wachttijden die als vuistregels gelden in de zorg. De zogenoemde Treeknormen. Zo mogen er maximaal zes weken verstrijken tussen het intakegesprek van het kind en de start van de behandeling. Almere roept instellingen dus op die norm voor bepaalde kinderen naast zich neer te leggen. Dat maakt de maatregel omstreden. Feit is echter, dat die Treeknormen geen deel uitmaken van de Jeugdwet, en dus ook niet van de zorgplicht. Een motie, afgelopen juni ingediend door CDA, PvdA, D66 en PVV, riep Van Rijn op om dat wél te doen. Van Rijn leek echter niet van plan de wet te wijzigen: hij liet louter weten het „hanteren van Treeknormen verder te bevorderen”. Almere overtreedt hier dus een vuistregel, niet de wet.

  1. Dus Almere heeft gelijk?

De vraag blijft of het bewust opschorten van jeugdzorg te rijmen valt met de wettelijke plicht om die zorg beschikbaar te stellen. Van Rijn vindt van niet, en vele Kamerleden met hem. Maar Den Haag is in de gedecentraliseerde jeugdzorg niet primair aan zet. Dat is nu de gemeenteraad van Almere. Die zal met de wethouder over diens zorgplicht debatteren. En als men er politiek niet uitkomt, is nog altijd die andere macht beschikbaar voor bindend advies: de rechter.

https://www.nrc.nl/nieuws/2016/10/11/aan-de-zorgplicht-is-welniet-voldaan-4778331-a1526082

Explosieve toename daklozen

De aanleiding

„Explosieve toename daklozen”, schreef De Telegraaf vorige week. Nieuwsuur had het over een „forse groei”, nrc.nl over een „rappe groei”. Vrijwel alle media namen het CBS-bericht van donderdag over waarin stond dat het aantal daklozen in Nederland in zes jaar met driekwart is toegenomen. Naar schatting 31.000 mensen waren vorig jaar dakloos, 13.000 meer dan in 2009.
De dienst vermoedt een verband met de economische crisis, maar heeft dat niet onderzocht. „Meer daklozen door economische crisis” kopte de Limburgse omroep L1 op zijn website. Op bnr.nl, dat sprak over een groei van het aantal dak- én thuislozen, onderschreef het Leger des Heils dat de economische crisis een rol speelt. Daarnaast spelen volgens Federatie Opvang, de brancheorganisatie van instellingen voor maatschappelijke opvang, ook bezuinigingen in de geestelijke gezondheidszorg een rol.
Ook een bewering zien langskomen die je gecheckt wilt zien? Mail nrccheckt@nrc.nl of tip via Twitter met de hashtag #nrccheckt
We checken de bewering dat het aantal daklozen sinds de crisis sterk is toegenomen.

Waar is het op gebaseerd?

Als definitie hanteert het CBS ‘feitelijk daklozen’ tussen de 18 en 65 jaar. Daaronder vallen mensen zonder vaste verblijfplaats die slapen in de open lucht, portieken, stations, winkelcentra, een auto, passantenverblijven en eendaagse noodopvang, of op niet-structurele basis bij vrienden of familie. Het gaat niet om ‘thuislozen’: mensen die verblijven in de thuislozenzorg of een instelling.
De dienst baseert zich op drie bronnen. Een lijst van personen die volgens de Basisregistratie Personen verbleven bij dag- en nachtvoorzieningen voor daklozen op peildata 1 januari 2009 en 1 januari 2015, een lijst personen die op dezelfde peildata in het bijstandsregister stonden vermeld als ‘ zonder vaste verblijfplaats’, en daklozen uit het Landelijk Alcohol en Drugs Informatiesysteem.

En, klopt het?

Vorig jaar meldde het CBS nog dat de stijging van het aantal daklozen voorbij leek. Ook schreef de dienst in een eerder bericht dat de schattingen van 2010 tot en met 2012 „niet geheel vergelijkbaar” zijn met 2009 omdat de registraties zijn verbeterd.

Hoe zit dat?

De CBS-onderzoekers laten weten dat ze destijds „niet geheel zeker” waren van de vergelijkbaarheid van de cijfers van 2009 met die van 2010-2012. Maar ze hebben afgelopen jaar een aantal controles uitgevoerd en wat „administratieve vervuiling” eruit gehaald en het vertrouwen in de schatting is alleen maar vergroot, „binnen de marges”. Dat betekent: in 2009 waren er naar schatting 15.700 tot 21.400 daklozen en in 2015 tussen de 27.500 en 36.300. Dus is het aantal daklozen maximaal toegenomen met 20.600 en minimaal met 6.100. Media meldden een stijging van 13.000 – precies het midden.
De cijfers gaan alleen over geregistreerde daklozen. Over andere daklozen valt weinig te zeggen. Mensen die van de straat zijn gehaald en in een beschermdwonenproject zitten zijn niet meegeteld, net zo min als mensen die zich bewust uitschrijven uit alle registers om schuldeisers te ontlopen.
De oorzaak van de daklozenstijging is moeilijk te duiden. Volgens het CBS valt die samen met het begin van de economische crisis maar is de causaliteit moeilijk aan te tonen. Federatie Opvang haalt een onderzoek van het Sociaal en Cultureel Planbureau aan waarin sinds 2008 een forse toename van het aantal ‘langdurig armen’ wordt geconstateerd. Maar of dit ook tot meer huisuitzettingen heeft geleid (en dus dakloosheid) is de vraag. Dat aantal is sinds 2009 niet exponentieel gestegen.

Conclusie

Het aantal daklozen in Nederland zou sinds de crisis flink zijn gestegen. Op basis van CBS-cijfers is vast te stellen dat het aantal geregistreerde daklozen sinds 2009 is toegenomen. Een schatting van ongeregistreerde daklozen is er niet. Vanwege deze onzekerheid noemen we de bewering grotendeels waar.

http://www.nrc.nl/next/2016/03/08/sinds-crisis-steeg-aantal-daklozen-flink-1596193

dakozen

Gemeente wordt soepeler met afgeven briefadres

Almere 24 februari 2016

De gemeente Almere gaat vanaf nu soepeler om met het afgeven van een briefadres. Een briefadres wordt gebruikt door mensen die géén vaste woon- of verblijfplaats hebben. Voor veel sociale voorzieningen, zoals bijvoorbeeld een uitkering, is het noodzakelijk om een adres te hebben waarop je post kunt ontvangen.

De regels daarvoor zijn de afgelopen jaren strenger geworden om fraude tegen te gaan. Daardoor kwam een groep van zeker honderd Almeerders in de problemen.

Veel mensen die hun huis kwijtraken vallen terug op familie of vrienden. Ze slapen een nacht bij één en dan weer een paar bij de ander. De plek waar iemand het vaakst verblijft werd tot nu toe gezien als woonadres. Met als gevolg dat een postbus krijgen niet mogelijk is.

Inschrijven bij een vriend of familielid waar je regelmatig op de bank slaapt kan vaak ook niet. Zo’n inschrijving heeft namelijk ook gevolgen voor de ander. Die kan bijvoorbeeld gekort worden op zijn huurtoeslag, of moet hogere gemeentelijke heffingen gaan betalen.

Naar aanleiding van een proef zegt de gemeente Almere nu maatwerk te gaan leveren. Met als gevolg dat niet alleen naar de wettelijke regels wordt gekeken, maar ook naar de persoonlijke situatie van iemand.

Bron: Omroep Flevoland

briefadres